Spieren, wat zijn het nu eigenlijk?

Een blog over spieren. Waarom?

Toevallig door een samenloop van omstandigheden.
Onlangs heb ik Gisella Bartels uitgenodigd voor ’t Ruitercafé op 1 september. Wat ze komt doen? Een workshop geven over de spieren in het paardenlichaam. Daarnaast heb ik onlangs het theorie-examen voor de ORUN opleiding gedaan. In het theorieboek stond behoorlijk veel over spieren. Voilà 1 + 1 = een blog over spieren.

 

Spieren zijn het meest belangrijke bewegingsorgaan van het paard. Even van groot naar klein:

Een spier is aan de buitenkant bekleed met bindweefsel (spierkapsel) -> spier bestaat uit vele spierbundels -> spierbundel is opgebouwd uit spiervezels.

Deze vezels bestaan uit elastische componenten en kunnen 2 dingen: ontspannen en aanspannen. Spiervezels zijn aangepast aan de functie van de beweging. Je kunt hierin de volgende onderverdeling maken:

  1. Dynamische spiervezels: beweging (Antagonisten) Denk aan bijvoorbeeld armen en benen
  2. Statische spiervezels: handhaven houding. Bijvoorbeeld de romp

 

Antagonisten betekent ‘tegenpolen’. Als een spier kracht ontwikkelt, beweegt deze een gewricht. Spieren zijn vaak genoemd naar de werking, zoals buig- en trekspieren. Beide zijn nodig om een gewricht te bewegen en zijn hierbij elkaars tegenpolen. Antagonisten dus.

 

Nog een leuk weetje:

Een paard is vanaf de geboorte voorzien van een vaste samenstelling van verschillende soorten spiervezels:

  • Langzame spiervezels: Deze hebben zuurstof nodig, oftewel aeroob
  • Snelle spiervezels: kunnen samentrekken zonder zuurstof , ook wel anaeroob genoemd.

Door training ontwikkelt het paard spiervezels een bepaalde kant op. Ook kan je door training het aantal vezels beïnvloedden dat tot ontwikkeling komt. Reservevezels worden dus pas aangesproken als de actieve vezels ‘op’ zijn. Een paard ontwikkelt niet meer vezels, enkel het aantal actieve vezels. Als een paard dus met 10.000 actieve en reserve vezels geboren is, worden dit er dus nooit 11.000.

Ho, even terug naar aeroob en anaeroob

De energie die voortkomt uit een aerobe spiervezel wordt geproduceerd door voedingsstoffen onder invloed van zuurstof te verbranden. Hierdoor ontstaan de afvalproducten kooldioxide en water. Paarden ademen dit uit.

Anaerobe energie is energie die vrijkomt zonder zuurstof. Dit is een directe voorraad die in de spier is opgeslagen in de vorm van energierijke moleculen. Deze raakt uiteindelijk uitgeput. Deze vorm van energie wordt aangesproken als er in korte tijd veel energie wordt aangesproken, zoals sprinten. Dit mag niet te lang duren om te voorkomen dat melkzuurconcentratie te hoog wordt.

 

Melkzuurophoping zorg voor spierverstijving. Een spier is erg goed doorbloed. Als een spier onder druk staat, is de doorbloeding minder. Melkzuur wordt hierdoor slechter afgevoerd en zorgt voor melkzuurophoping. Een paard kan hierdoor last krijgen van spierpijn en houterige bewegingen (spanning).
Door training worden hart en longen ontwikkeld, waardoor er beter zuurstoftransport plaats kan vinden en dus ook melkzuur beter afgevoerd kan worden. Door uithoudingsvermogen te trainen en hierbij goed de grenzen van oververmoeidheid in de gaten te houden, ontwikkel je dus ook spieren.

 

We hebben het al eerder over buig- en strekspieren gehad. Voor de verschillende werkingen van een spier heeft een slim iemand mooie termen verzonnen:

  • Isometrische contractie: geen beweging
  • Concentrische contractie: verkorten van buigspieren
  • Excentrische contractie: verlengen van buigspieren

 

Contractie = samentrekking.

Kracht, vermogen en uithoudingsvermogen van spieren zijn kwaliteiten die een grote invloed hebben op het prestatievermogen van een paard. De kracht van een spier is de maximale kracht die een spier kan produceren bij een enkele contractie. Tijdens het bewegen van een gewricht worden dus altijd wisselende krachten uitgevoerd.

 

Een spier trekt samen als ze prikkels krijgt van zenuwen die afkomstig zijn van de hersenen en het centraal zenuwstelsel. Zenuwen eindigen op het spieroppervlakte in de vorm van een motorische eindplaat. De prikkel wordt daarna via de spier verder geleid waarna samentrekking van de spier volgt. De zenuw die de prikkel vanaf het centraal zenuwstelsel van de hersenen naar de spier leidt, wordt motorische zenuw genoemd. Vanaf de spier zijn er ook zenuwen die hersenen en centraal zenuwstelsel informeren, namelijk sensibele zenuwen.

 

Hopelijk is de term ‘spier’ nu wat duidelijker voor jou. Vind je dit interessant en ben je benieuwd hoe je de spieren van een paard optimaal kunt ontwikkelen? Wil jij de training van jouw paard naar een hoger niveau tillen? Zorg dan dat je ’t Ruitercafé met Gisella Bartels niet mist!

No Comments

Post A Comment